Interview met Alina Lupu, beeldend kunstenaar en algemeen bestuurslid Platform BK

Foto van Alina Lupu in haar atelier
Alina Lupu

“Niemand had me ook ooit uitgelegd wat een artist fee was! ”

Alina Lupu introduceert zichzelf op Linkedin als ‘Post-conceptual Artist and Side-Jobber’ en plaatst de financiële randvoorwaarden van haar praktijk als kunstenaar in het middelpunt van haar werk. Een bijbaan als bezorger krijgt bijvoorbeeld een centrale rol in het project ‘minimum wage dresscode’. Met vergaande transparantie over haar eigen arbeidsomstandigheden levert Alina Lupu kritiek op zowel de arbeidsomstandigheden in de kunstwereld als op de bredere arbeidsmarkt. ‘Zouden we niet transparanter moeten zijn over dit soort zaken? Moeten we het hier niet over hebben?’

"Moeten we het hier niet over hebben?"

Waarom is de Fair Practice Code volgens jou belangrijk?
Ik zie de Fair Practice Code als een belangrijke richtlijn. Het vormt een beginpunt om te kunnen begrijpen dat we allemaal op hetzelfde speelveld spelen en dat we elkaar daarom op een acceptabele manier moeten behandelen. We moeten gemeenschappelijke grond zien te vinden om het vervolgens te kunnen hebben over hoe we professioneel met elkaar om moeten gaan. De waarden die in de code opgenomen zijn vormen een goede start, maar pas zodra we het over de betekenis voor de dagelijkse praktijk hebben worden ze echt waardevol.

Je artistieke werk gaat vaak over de thematiek ‘arbeid’ en de kwetsbare arbeidsomstandigheden van kunstenaars. Hoe is dit thema centraal komen te staan in je werk?
Ik heb in Roemenië een jaar fotografie gestuurd en daarvoor psychologie. Ondertussen had ik altijd een bijbaan om mezelf te onderhouden. Ik ben langzaam overgestapt naar de visuele kunst, maar ik had nog geen grip op hoe mijn professionele praktijk eruit moest gaan zien. Ik ben in 2012 vanuit Roemenië naar Nederland gekomen, net na de bezuinigingen op cultuur. Daar wist ik toen nog niets van, maar ik kwam er als student geleidelijk achter. Ik ben het product van de dramatische veranderingen in het culturele veld van Nederland. Ik kwam hier niet om te professionaliseren of voor een stabiele positie op de arbeidsmarkt, omdat ik nog niet wist wat dat betekende. Ik had geen verwachtingen over het leven na het afstuderen en niemand bereidde me voor op het professionele leven. De Fair Practice Code biedt een handvat om het over dat soort zaken te hebben, maar die verscheen pas na mijn afstuderen.

Dat plaatste me in een kwetsbare positie, omdat ik nog niet echt vooruit kon plannen en omdat ik niet wist wat ik moest gaan doen met mijn praktijk als kunstenaar. Ik vond van de ene op de andere dag dingen uit. ‘Oh, dus dit is het bedrag dat je krijgt als kunstenaar en dat bedrag bestaat uit zowel de productiekosten als de vergoeding! Wacht eens even, ik wilde heel graag dit werk maken, maar hoeveel gaat dat kosten? Waarschijnlijk het hele budget… hoeveel kan ik mezelf betalen. Niks…’ Dat zette me aan het denken. Wil ik wel onder deze condities werken? Niemand had me ook ooit uitgelegd wat een artist fee was! Zouden we niet transparanter moeten zijn over dit soort zaken? Moeten we het hier niet over hebben?

"Zo kon ik de ene dag als spreker op de academie zijn en de volgende dag als bezorger eten ophalen bij andere alumni om het vervolgens te bezorgen op het Sandberg."
Atelier van Alina Lupu
Atelier van Alina Lupu

Op Linkedin introduceer je jezelf als ‘Post-conceptual Artist and Side-Jobber’. Je bent zeer transparant over je eigen werkomstandigheden. Werken als ‘minimum wage dresscode’ and ‘quality, speed, consistency’ plaatsen je bijbanen als bezorger en keukenmedewerker op de voorgrond. Waarom kies je ervoor om zo transparant te zijn?
Het eerste project begon als een performance. Ik werd als alumni uitgenodigd om het op mijn voormalige opleiding (Gerrit Rietveld Academie Amsterdam) -overigens onbetaald- te hebben over mijn studie ervaringen. Één van de eerste baantjes na mijn afstuderen was een baan als Deliveroo bezorger, dus ik besloot dit gesprek te voeren in mijn Deliveroo outfit. Ik ben naar het podium gelopen met mijn vierkante tas en verscheen daar duidelijk als bezorger. Ik heb dat toen zelf niet benoemd. Vervolgens wordt er gevraagd naar je ervaringen als student. De disconnectie tussen deze serieuze gesprekken over educatie terwijl je tegelijkertijd mensen confronteert met een vrij reële toekomst werkte heel scherp. Het raakte een gevoelige snaar. Deze ervaring zette me ertoe om het meer te hebben over mijn bijbanen.

Ik weet dat veel kunstenaars tijdens en na hun studie een bijbaan hebben, maar er is een kloof tussen wat je toont in een galerie, het discours waar je in zit en wat je daadwerkelijk doet om te overleven. In het centrum van Amsterdam vind je in bepaalde restaurants en bars de Sandberg Instituut studenten achter de bar en in de andere zaken de Rietveld studenten. Zo kon ik de ene dag als spreker op de academie zijn en de volgende dag als bezorger eten ophalen bij andere alumni om het vervolgens te bezorgen op het Sandberg. Dat is ergens natuurlijk hilarisch, maar het benadrukt ook het belang om het hier over te hebben. Waarom houden we deze zaken zo gescheiden? Waarom is de één een stroom van inkomsten en waarom is het artistieke deel (wat met dat andere inkomen betaald wordt) zo van elkaar gescheiden? Als je voor je artistieke werk geen redelijke vergoeding krijgt, dan moet je je werk wel financieren met ander inkomen: het is dus overduidelijk met elkaar verweven en we zouden hierover moeten praten. Als we nooit toegeven dat we te weinig verdienen met onze artistieke praktijk en dat vooral zien als een persoonlijk probleem in plaats van een systemisch probleem, dan lijkt het van buitenaf alsof er geen probleem is. We investeren veel van onze eigen tijd en geld in deze sector en de bereidheid om dat te blijven doen houdt onze fragiliteit in stand, dus praat er over!

"Studenten worden opgeleid zonder dat ze hun eigen rechten leren. Dat vind ik vreemd en het botst met het opleiden van professionals voor de realiteit van het werkveld."

De projecten ‘small fee’ en ‘collective loopholes’ snijden ook het onderwerp van Fair Pay aan en draaien om het onbetaalde werk van vrijwilligers en stagiaires. Wat hebben deze projecten je geleerd over deze posities in de kunstwereld?
Dit zijn wel twee zeer verschillende projecten. ‘Collective Loopholes’ gaat niet zomaar over vrijwilligers, maar over de vrijwillige directeur van Museum IJsselstein. Tijdens de bezuinigingen werd het gemeentelijke budget van het museum gehalveerd. Bert Murk stapte naar voren en heeft toen toegezegd om als directeur het museum op zijn voorwaarden te leiden. Hij wilde liever geen inzicht geven in zijn eigen inkomsten, maar heeft ervoor gekozen om geen salaris te ontvangen voor zijn werk als directeur van het museum. Onbezoldigd en onbevreesd is ook zijn facebook tag. Onbezoldigd is niet alleen onbetaald, maar het is de keuze om je werk onbetaald te doen. Als een soort gul gebaar, maar je noemt het wel. Ik vond die positie interessant, want ik vroeg me af wie zich dat kan permitteren. Het is ook interessant wie er nog meer onbetaald zijn in zo’n museum. Ze hebben een groep van 70 vrijwilligers, die niet onbezoldigd zijn, maar gewoon onbetaald. Het is een andere wat oudere groep, gepensioneerden. Maar zij kunnen ook alleen gratis werken omdat zij elders geld vandaan halen, ook al is dat een pensioen. Het museum is zo niet onafhankelijk van de stad, maar wordt met een omweg nog steeds gefinancierd door de staat. Onafhankelijk zijn klinkt mooi, maar het draait vooral op nog meer gratis werk.

‘Small Fee’ gaat over de positie van de stagiair. Ik heb zelf momenteel ook een stagiaire. Het is een studente Graphic Design van Artez die een stage zocht. Ze stuurde mij een mailtje met de vraag of ze bij mij een stage kon doen. Het eerste gesprek ging over de vraag wat ik haar moest betalen. En ze zei: ‘je hoeft me niets te betalen.’ Toen zei ik: ‘oké wacht. De eerste stap: fout. Hoeveel moet ik je betalen?’ Toen is ze met haar medestudenten gaan praten en die bleken iets van 200 euro te krijgen. Mijn vraag bleef: ‘hoeveel moet ik je juridisch gezien betalen?’ Uiteindelijk kwamen we tot een conclusie, de vergoeding voor stagiaires voor een 40-urige week is 635 euro. Dat bedrag moest ik haar dus drie maanden lang betalen. Dus toen was het aan mij: waar haal ik dat vandaan? Ik kan haar betalen of niet, maar dan schiet ik mezelf in de voet. Ik heb voor mezelf subsidie aangevraagd en heb dat aan haar doorgespeeld. Toen zijn we gestart. Toen drong het tot me door, wat leren ze mensen op een academie? Artez geeft ze een contract met twee opties voor de werkgever: je kunt je stagiaire … betalen, of je betaalt je stagiaire niet. Dat was interessant. Daarnaast mag je bijvoorbeeld ook nog volledig copyright opeisen over alles wat je stagiair doet. Dat is dus wat studenten leren! Het is redelijk transparant, maar is het eerlijk? Er is gewoon een wet waarin de rechten van een stagiair vast staan en die moet je raadplegen. Er is een hele wettelijke constructie, maar die wordt eigenlijk genegeerd door academies. Je moet zelf een stage vinden en wordt onvoorbereid het wild in gestuurd: veel plezier! Studenten worden opgeleid zonder dat ze hun eigen rechten leren. Dat vind ik vreemd en het botst met het opleiden van professionals voor de realiteit van het werkveld.

"Hoe investeer je op een duurzame manier in je eigen praktijk?"

Je hebt een tekst geschreven over het feit dat academies zoals het Rietveld studenten niet goed voorbereiden op de realiteit van een beroepskunstenaar. Wat zou je als advies aan andere jonge kunstenaars mee willen geven zodat ze toch voor zichzelf een betere werkomgeving kunnen scheppen?
Er komt gelukkig meer aandacht voor dit soort thema’s sinds ik vijf jaar geleden afstudeerde. We hebben met Platform BK en het Institute for Network Cultures bijvoorbeeld het Post Precarity Autumn Camp georganiseerd. Dat was een week waarin alumni van allerlei academies in Nederland bij elkaar kwamen om het te hebben over dit soort professionele thema’s. Uit ons kamp is een oproep voortgekomen aan de academies om dit soort zaken bespreekbaar te maken. Er bestaan meer van dit soort programma’s in Nederland die buiten academies ontstaan waar je bij aan kunt sluiten. Er zijn ook in de afgelopen jaren meerdere sociale media-accounts ontstaan die door studenten gerund worden. Zij hebben zeer valide vragen die ze online stellen. Zij doen daarmee het werk dat academies zouden moeten doen. Unfair! Ze gebruiken sociale media als gereedschap om hun collega’s te helpen met thema’s als huisvesting. De academies hebben dit informerende werk laten liggen en hebben het op een vreemde manier geoutsourcet aan de studenten. Studenten hebben zelf de leiding genomen en voelen de noodzaak om dit soort zaken te delen, maar doen dus eigenlijk onbetaald werk. Er zijn zelfs meme pagina’s die het werk van professionaliseren doen, wat grappig is, maar treurig tegelijkertijd.

Iedere kunstenaars loopbaan verloopt anders, maar wat velen wel delen is dat je bij fondsen financiering kunt aanvragen. Dat is tegenwoordig een soort competitie geworden en je moet bijvoorbeeld ook een jaar wachten voordat je voor het eerst mag aanvragen. Zo’n wachttijd is eigenlijk al een soort filteren, wat oneerlijk is. Vooral internationale studenten wordt het daardoor bijvoorbeeld moeilijker gemaakt. Zij zijn degenen die zich juist vrij snel na hun afstuderen af moeten vragen of ze hier wel kunnen blijven. Dan is een jaar onzekerheid extra zwaar. Je wordt door een academie ook niet goed voorbereid op het schrijven van een aanvraag, daarbij sta je sowieso achter als je daar niet goed in bent. Als dat soort ruis uit het proces gehaald kan worden, zou de strijd al veel eerlijker zijn. Stop alsjeblieft met deze oneerlijke competitie om geld. Als je wel mazzel hebt krijg je een smak geld, maar dat is vervolgens ook een eenzaam iets: er is verder geen begeleiding. Hoe ga je om met dat geld? Hoe investeer je op een duurzame manier in je eigen praktijk? Ik wil geen micromanager, maar wel iemand die meedenkt over wat voor mij de beste investering in de toekomst is.

Atelier van Alina Lupu
Atelier van Alina Lupu
"Het draait niet om mij, maar het gaat om het helpen van iemand anders en het versterken van andermans stemmen: we laten een collectief geluid horen."

Je bent ook betrokken bij belangenvereniging Platform BK als algemeen bestuurslid. Wat betekent de waarde solidariteit voor jou in deze context? Mijn rol als algemeen bestuurslid betekent dat ik anderen mag ondersteunen, wiens stem versterkt wordt. Ik mag onderwerpen aandragen, artikelen schrijven of andere stemmen introduceren. Het draait niet om mij, maar het gaat om het helpen van iemand anders en het versterken van andermans stemmen: we laten een collectief geluid horen. Platform BK is een organisatie waar je lid van kunt worden, die overigens ook ontstaan is als antwoord op de bezuinigingen. Het begon met veel enthousiasme en het bezetten van het Rijksmuseum, maar toen het aankwam op het daadwerkelijke werk doen bleef er een klein kern over die moest leren om met elkaar te werken. De organisatie is gegroeid en we hebben mensen gevonden die goed uit kunnen drukken waar behoefte aan is. Ik zie mezelf wel als een van hen. Er zijn inmiddels zo’n 500 leden en zij steunen Platform BK om namens hen via lobby een gezonde werkomgeving te eisen. Er zijn veel vocale mensen bij protesten, maar het is moeilijk om dat zo’n 10 jaar vol te houden. Je kunt deze verantwoordelijkheid delegeren aan iemand die namens jou naar het ministerie gaat om voor jouw belangen te vechten. Het kost helemaal niet veel, maar iedereen kan naar vermogen bijdragen en investeren in iemand die voor je werkt! Je ondersteunt eigenlijk vertegenwoordigers van jouw veld op een financiële manier en maakt het ze mogelijk om voor jouw belangen op te komen.

Tekst: Manus Groenen

Foto's: Liza Wolters

Direct aan de slag met de Fair Practice Code

Begin vandaag met onze tools of workshops