Interview met Mart van Berckel, regisseur en theatermaker

Mart van Berckel

“Het is een misverstand dat de culturele sector heel exotisch en bijzonder is. Kunstenaar zijn draait inderdaad om bijzondere talenten en magische dingen zoals inspiratie, maar het is ook gewoon een sector waar mensen werken om geld te verdienen.”

Mart van Berckel laat zich inspireren door een breed scala aan inspiratiebronnen van Mondriaan tot Harmony Korine tot Bach. Hij onderzoekt zijn ideeën procesmatig, wat resulteert in eigenzinnige producties waarin beeld, muziek, tekst, licht en beweging samenkomen in associatieve theaterstukken. Mart van Berckel studeerde piano, muziektheater en regie aan ArtEZ Arnhem en de Zürcher Hochschule der Künste, Zürich. Sinds zijn afstuderen maakte hij voorstellingen bij De Nieuwe Oost, KASKO en Theater Sonnevanck. Momenteel is hij als vaste maker verbonden aan NNT/Club Guy & Roni in het RAW Talentontwikkelingstraject, dat hem opleidt als regisseur voor de grote zaal.

Waarom is de Fair Practice Code volgens jou belangrijk?  
De Fair Practice Code is, denk ik, belangrijk om mensen in de culturele sector tegen zichzelf te beschermen. Wat ik ervaar is dat iedereen voor deze sector kiest uit een soort grenzeloze passie. Zeker als je net afgestudeerd bent zijn mensen dankbaar om überhaupt te kunnen werken. Je wilt dat werk doen vanuit een persoonlijke noodzaak, maar er zijn relatief weinig middelen en werkplekken. Wat daardoor gebeurt is dat relatief snel grenzen verlegd worden. Dan denk je: ik wil graag werken, dus dan doe ik het wel voor 100 euro minder. Ik heb ook voor stagevergoedingen gewerkt toen ik net afstudeerde omdat ik zo graag wilde werken, maar eigenlijk is dat natuurlijk gek. Ik denk dat er meer evenwicht moet komen tussen die afhankelijkheidspositie van de mensen die graag willen werken tegenover de plekken die werk verschaffen.  

Het is goed dat er door de Fair Practice Code meer objectieve maatstaven komen. Ik heb het idee dat dit probleem sinds de introductie van de code wel echt minder groot is geworden. Het is een misverstand dat de culturele sector heel exotisch en bijzonder is. Kunstenaar zijn draait inderdaad om bijzondere talenten en magische dingen zoals inspiratie, maar in essentie is het ook gewoon een sector waar mensen werken om geld te verdienen. Het is goed dat we dat niet vergeten en met beide benen op de grond blijven staan. Een code is goed om een stuk zakelijkheid of objectiviteit te bewaken in een sector die veel over subjectieve dingen gaat, zoals je eigen noodzaak, je eigen fantasie en die van de mensen waarmee je samenwerkt. Het is ontzettend persoonlijk als je zo’n creatief proces aangaat maar misschien is die code er juist om het professionele deel in het objectieve te houden. 

Ik denk dat er meer evenwicht moet komen tussen die afhankelijkheidspositie van de mensen die graag willen werken tegenover de plekken die werk verschaffen.

Je bent kort na je afstuderen gestart met een talentontwikkelingstraject bij KASKO en De Nieuwe Oost en zit inmiddels in een soortgelijk traject bij het Noord Nederlands Toneel + Club Guy & Roni. Je hebt eerder in interviews aangegeven dat ruimte voor onderzoek en experiment voor je artistieke ontwikkeling erg belangrijk is. Hoe ervaar jij het vertrouwen om telkens weer een open onderzoek aan te mogen gaan? 
Ik heb het geluk dat ik veel vertrouwen heb gekregen. Er hoeft maar één plek te zijn die je vertrouwen geeft en daar kun je soms wel vier jaar op teren voor je eigen ontwikkeling. Een antenne ontwikkelen voor goede werkgevers is echt noodzakelijk, want op het moment dat ik niet voel dat een organisatie mij echt vertrouwt, dan kan ik ook geen goed werk leveren. Ik vind het belangrijk om te voelen dat er oprechte interesse in mijn werk is, maar ook in mij als persoon. Pas als dat klopt, kan ik ook het meest spannende werk maken en voel ik me het meest vrij om datgene te maken wat ik wil maken. Die plekken vinden doe je door heel trouw te blijven aan je intuïtie. 

Details van de repetitieruimte in Podium Mozaïek waar Mart repeteerde voor een project, regieboek en gedeelte ruimte

Ik zoek zelf naar een soort onvoorwaardelijkheid. Bij de trajecten die ik ben aangegaan was het nooit ‘bewijs maar dat je het kan, en daarna beslissen we verder.’ Ik werkte daar niet onder voorwaarden en daar heb ik veel geluk mee gehad. Ik heb namelijk het idee dat vaak aan jonge makers gevraagd wordt om even iets te komen doen, voor net iets te weinig geld en dan hopen dat het lukt, want dan mag je door. Dan blijf je constant in een auditie modus zitten. Dat is niet creatief en niet gezond. Dan blijf je in een soort kortademigheid zitten, omdat je jezelf steeds op korte termijn moet bewijzen. Dat heb ik dus omzeild voor mijn gevoel.

In de theatersector zijn er vaak open calls en pitches. Ik heb dat eigenlijk nooit gedaan, omdat ik wist dat het me niet in een positie zou brengen waar ik blij van zou worden. Je moet in zo’n situatie bewijzen dat je ideeën goed genoeg zijn, maar soms lukt iets gewoon niet of lukt het pas na twee of drie keer. Het idee dat je door een hoepel moet springen en dat in één keer moet lukken is niet natuurlijk. Het is misschien een open deur, maar het is belangrijk om ruimte te krijgen om dingen niet helemaal te laten lukken. Dat is tricky. Er is in de culturele sector een succes fetish: pers en producenten willen graag succesverhalen kunnen delen, maar dat creëert geen gezonde werkomgeving waarin iedereen op z’n best kan functioneren. Op microniveau gebeurt eigenlijk iets soortgelijks in de repetitieruimte. Als regisseur ben ik altijd bezig met omstandigheden creëren waarin de mensen met wie ik werk, het beste uit zichzelf kunnen halen. Dat lukt in mijn ervaring het best door zo veel mogelijk veiligheid te creëren, zo min mogelijk te oordelen en zo open mogelijk te kijken naar wat er gebeurt. Die veiligheid en dat vertrouwen zijn voor mijn superbelangrijk.

Een voorwaarde voor vertrouwen is inzicht in elkaars belangen en mogelijkheden, daarvoor is een bepaalde mate van openheid in beleid en bedrijfsvoering nodig. Hoe ervaar jij transparantie binnen jouw werk?  
Ik maak die situatie eigenlijk aan de twee kanten mee. Ik heb een relatie met opdrachtgevers die mij uitnodigen als regisseur, maar ik ben in die rol ook zelf een werkgever, want mijn team of de acteurs in mijn voorstelling worden vaak door mij uitgenodigd. Wat ik zelf belangrijk vind, is dat ik geen beloftes maak die ik niet waar kan maken. Ik probeer daarover heel transparant te zijn. Aan de andere kant, als ik een opdracht krijg van gezelschappen waar ik voor werk vind ik het belangrijk om te weten hoe bepaalde beslissingen tot stand komen. Ik vind het heel fijn als ik ergens binnenkom en dat op tafel wordt gelegd welke kaders er zijn en hoe die tot stand komen, omdat ik me er dan veel beter toe kan verhouden. Het is bijvoorbeeld vervelend als je het gevoel hebt dat gedaan wordt alsof er minder geld beschikbaar is, want dan wordt het zo'n touwtrek spel. Ik heb geleerd dat je gewoon naar financiën kan vragen. Het creëert veel meer rust en stabiliteit als je weet hoe een begroting tot stand is gekomen, want dan kun je ook meedenken en het is veel productiever als je gelijkwaardig in dat gesprek zit. 

Een antenne ontwikkelen voor goede werkgevers is echt noodzakelijk, want op het moment dat ik niet voel dat een organisatie mij echt vertrouwt, dan kan ik ook geen goed werk leveren.

Over je ontwikkeltrajecten zei je het volgende: “doordat je een meerjarig traject aangaat, kun je echt iets opbouwen en verder door ontwikkelen. Die langere lijn was voor mij superbelangrijk.” Hoe werk jij aan het opbouwen van een duurzame praktijk voor de langere termijn? Hoe blijf jij jezelf artistiek ontwikkelen en gelijktijdig bouwen aan een gezonde omgeving om in te werken?  
Als freelancer zou het zomaar kunnen dat ik in één seizoen voor drie verschillende gezelschappen werk. Ik vind het belangrijk dat er altijd één plek is waar ik ieder seizoen in ieder geval één keer iets doe om een artistieke standplaats te hebben. Op dit moment is dat voor mij het Noord Nederlands Toneel en Club Guy & Roni. Zo’n samenwerking geeft het gevoel dat er één plek is waar je stevig geworteld bent en dat je ook een ander soort positie hebt binnen het gezelschap. Het is voor mij belangrijk om mezelf langdurig te verbinden aan één of twee instanties, zodat het niet alleen hap snap freelance werken blijft. 

Een andere belangrijke factor is dat ik zo veel mogelijk met dezelfde mensen probeer te blijven werken. Als je meer samenwerkt, is er ook meer vertrouwen, rust en durft iedereen ook verder te gaan. Dat zie je terug in hoe spannend en uitdagend het werk wordt. Je kunt je zo ook samen als groep ontwikkelen door  in je werkwijze te koesteren wat goed werkt, en af te leren wat niet goed loopt. Wat ik mooi vind aan werken in Groningen bij het NNT, is dat zij acteurs en dansers in vaste dienst hebben. Daarbuiten zijn de acteurs met wie ik gewerkt heb altijd freelancers. Dat is een groot verschil, niet in kwaliteiten, maar het zorgt voor rust en vertrouwen. Een freelancer zal sneller het gevoel hebben dat een project meteen een soort auditie is voor een volgend project. Daardoor kan het zijn dat je niet in het nu bezig bent, maar zit je met je hoofd constant bij de toekomst. Het zou voor de hele sector goed zijn als er meer vaste contracten komen want dat geeft rust en vertrouwen. 

Mart van Berckel
Ik heb geleerd dat je gewoon naar financiën kan vragen. Het creëert veel meer rust en stabiliteit als je weet hoe een begroting tot stand is gekomen, want dan kun je ook meedenken en het is veel productiever als je gelijkwaardig in dat gesprek zit.

Heb je wel eens de behoefte om een eigen gezelschap te starten om alle factoren zelf in de hand te kunnen houden en op die manier eerlijker te kunnen werken? 
In mijn vorige ontwikkelingstraject was dat een soort ontwikkelstap: een eigen stichting oprichten, zelf subsidie aanvragen en vervolgens met partners zelfstandig een voorstelling produceren en maken. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb, omdat ik daardoor die keten goed heb leren kennen en snap wat er allemaal bij komt kijken. Maar het was ook goed voor mij om te ontdekken: dit past op dit moment niet bij mij. Ik heb het nu nodig om in een bestaande structuur te komen en daar te zeggen: ‘oké, dit wil ik doen, daar moeten we de kaders wat oprekken en daar neem ik de kaders voor lief.’ Ik zit ook in de luxepositie dat er gezelschappen zijn die structureel gefinancierd worden en dat voor mij kunnen faciliteren. Voor anderen is zelf starten meer een noodzaak, maar het is zoveel extra werk. Ik kan veel beter werken als een deel van dat werk uit handen genomen wordt.

Wat kunnen jonge creatieven volgens jou doen om voor zichzelf een eerlijke en duurzame professionele praktijk te ontwikkelen?  
Het eerste wat me te binnenschoot is: alles aangaan. Dat is ook een beetje een paradoxaal want ik zou ook willen zeggen: wees kritisch. Het kan ook gelijktijdig: ga alles aan, maar wel op jouw voorwaarden. Het allerbelangrijkste is mensen om je heen verzamelen die je vertrouwt en die jou vertrouwen geven. Er wordt vaak gezegd dat je mensen om je heen moet houden die heel kritisch zijn en die je scherp houden. Ik geloof eigenlijk dat het vooral heel belangrijk is om mensen te hebben die altijd voor je juichen langs de zijlijn. Maken is al zo kwetsbaar en constante kritiek is misschien wel het laatste wat je nodig hebt. Bovendien blijf je zelf altijd je grootste criticus. Ik denk dat je er professioneel niet aan ontkomt dat je soms de verkeerde keuzes maakt en dingen doet waar je later spijt van hebt, maar dat is een kwestie van trial and error. Het is fijn als je ook daarvoor mensen om je heen hebt waar je mee kunt praten en waar je jezelf aan kunt spiegelen. Ik denk dat dit soort professionele ervaringen delen iets is wat je samen, als team, moet doen.

Het is ontzettend persoonlijk als je zo’n creatief proces aangaat maar misschien is die code er juist om het professionele deel in het objectieve te houden.
Details van de repetitieruimte in Podium Mozaïek waar Mart repeteerde voor een project, regieboek en gedeelte ruimte

Mart werkt in wisselende samenstelling samen met o.a. scenograaf Vera Selhorst, kostuumontwerper Rosa Schützendorf, geluidsontwerper Mauro Casarini, componist Tijn Wybenga, choreograaf Angela Herenda en dramaturg Florian Hellwig. 

Tekst: Manus Groenen
Foto’s: Liza Wolters

Direct aan de slag met de Fair Practice Code

Begin vandaag met onze tools of workshops