Interview met Shirin Mirachor, oprichter en directeur van (A)WAKE en artistiek directeur van club MONO

Oprichter / directeur (A)WAKE Shirin Mirachor

“Diversiteit wordt bijvoorbeeld in alle haast regelmatig niet goed doordacht, maar platgeslagen en alleen vanuit kleur opgepakt. ”

Onder leiding van Shirin Mirachor groeit club MONO aan de rand van het centrum van Rotterdam steeds meer uit tot een cultureel instituut met de toegankelijkheid van een buurthuis. Vanuit deze thuisbasis bouwt (A)WAKE aan een artistiek-inhoudelijk programma dat meer gericht is op het internationale discours. De focus ligt op de WANA-regio (West-Azië en Noord-Afrika) en het emancipatorisch potentieel van de digitale wereld. “Wij wilden een plek voor de ‘in between’ die zich prettig voelt in de fluïditeit van identiteit, die daarmee wil spelen en ook wat genuanceerder naar dit begrip kijkt.”

Waarom is de Fair Practice Code volgens jou belangrijk?
Zonder houvast moet verandering vanuit intrinsieke motivatie komen. Dat lijkt me moeilijk omdat verandering vaak angst meebrengt. Het is dan ook fijn dat wij de Fair Practice Code hebben. Tegelijkertijd merk ik ook dat de snelheid van de veranderingen die hier in de praktijk plaats moeten vinden voor frictie zorgt. Verandering gebeurt dan in schokbewegingen. Je kunt stellen dat dat nodig is, maar verandering kost gewoon tijd. Diversiteit wordt bijvoorbeeld in alle haast regelmatig niet goed doordacht, maar platgeslagen en alleen vanuit kleur opgepakt

Ik heb een fascinatie voor de nacht, vooral voor het sociale aspect van de nacht, de nachtcultuur, de counterculture die daar ontstaat en de verschillende mensen die in het nachtleven samen komen.
De (A)WAKE studio

Sinds 2019 ben je artistiek directeur van de club MONO en oprichter van (A)WAKE. Wat zijn MONO en (A(WAKE)?
Ik heb een fascinatie voor de nacht, vooral voor het sociale aspect van de nacht, de nachtcultuur, de counterculture die daar ontstaat en de verschillende mensen die in het nachtleven samen komen. Dat wilde ik graag naar een dagprogramma trekken. Zodoende ontstond (A)WAKE met een knipoog naar de nacht. Met projecten als het vierdaagse festival New Radicalism, de reeks discussieavonden genaamd New Activism en audiovisueel experiment Heritages Studios onderzoekt (A)WAKE identiteit, representatie, kunst en politiek. MONO was al voor langere tijd onze thuisbasis en toen de kans bestond dat dit zou verdwijnen, hebben we een manier gevonden om deze plek een tweede leven in te blazen. Nu is (A)WAKE de programmastichting van MONO, maar het is ook een losse entiteit. Ik denk dat MONO en (A)WAKE een hele mooie wisselwerking hebben. MONO staat wat dichter bij Rotterdam en is meer op de lokale scene gericht. (A)WAKE is wat meer richting het internationale discours aan het bewegen en is specifiek op de WANA (West-Azië en Noord-Afrika) regio gericht.

WANA is een gedekoloniseerde term voor MENA (Midden-Oosten en Noord- Afrika). Daarbij gaat de discussie namelijk al snel over het Midden-Oosten: het midden van wat en voor wie? Omdat we een collectief zijn met mensen die uit deze regio komen en ‘inbetweeners’ (zoals ik zelf) die daar roots hebben, is het tijd om een andere term naar voren te schuiven.

MONO streeft ernaar om van een club (in principe horeca) steeds meer over te gaan naar een cultureel instituut. Wat zou deze overgang voor jullie als organisatie betekenen? Zou dit het voor MONO mogelijk maken om eerlijker te werken?
Ik denk dat we aardig op de goede weg zijn. MONO was eerst een koffiecafé en heeft onder leiding van de verschillende programmeurs naam weten te maken in het nachtleven. Ik denk dat wij met (A)WAKE ook een plek aan het verwerven zijn binnen het culturele landschap. We willen meer de kant van een culturele instelling op bewegen om wat vrijer te kunnen zijn, wat meer inhoudelijke risico’s te kunnen nemen en meer ruimte te hebben voor experiment.

We willen tegelijkertijd ook graag het team en onze gemeenschap wat meer zekerheid bieden. Zowel op het gebied van vertrouwen en veiligheid als financiële zekerheid. Kunst beweegt zich steeds meer richting het sociale domein, maar dat betekent ook wat. Sommige mensen zien ons als een ‘safer space’, maar hoe verhoud je jezelf daar dan toe? Ik ben geen sociaal werker en die zit ook niet in ons team. We hebben sinds kort wel een extern vertrouwenspersoon, maar aan de achterkant zijn dit financieel best zware dingen. We hopen dat we uiteindelijk met MONO de activiteiten van (A)WAKE kunnen financieren, zodat de ticketverkoop en de baromzet het inhoudelijke programma voeden. Ik zou de intimiteit, het kleine en het informele willen behouden, maar het zou wel fijn zijn als we bijvoorbeeld wat hulp krijgen bij de huur betalen.

Als je in survival modus zit weet ik niet hoe creatief je kunt zijn. Dat wordt nogal geromantiseerd.

Grassroots klinkt leuk, maar zo charmant is het niet om in een gammel huis te werken. Zeker als je met kwetsbare groepen werkt: je wilt niet weten wat iedereen al aan zijn hoofd heeft. Los van voor jezelf zorgen en allerlei onzekerheden, hebben velen last van zaken als een kunstenaars visum en de vraag of ze hier überhaupt mogen blijven. Daarnaast moet je bijvoorbeeld voor je familie zorgen. We werken regelmatig met vluchtelingen of mensen waarvan de familie vluchteling is. Dat creëert zo’n andere dynamiek, dus daarom zou ik graag wat meer rust willen creëren. Als je in survival modus zit weet ik niet hoe creatief je kunt zijn. Dat wordt nogal geromantiseerd.

MONO en (A)WAKE breken beiden muurtjes af tussen digitale cultuur, jongerencultuur en tegencultuur en rekken gelijktijdig het diversiteitsbegrip op. Jullie willen een plek zijn voor een nieuwe generatie wakkere Rotterdammers: bewust, kritisch, fluïde en geworteld in meerdere culturen. Hoe zie jij dat?

Voor mijzelf is MONO ontstaan omdat ik, net als velen met mij, één ouder heb die uit een ander land komt. Het diversiteitsdebat, ook in Rotterdam, was lange tijd redelijk rigide aan beide kanten, het was wit of zwart. Men zocht opeens naar een soort pure vorm van identiteit, dus je moest soms bijna bewijzen hoe zwart je bent. Wij wilden een plek voor de ‘in between’ die zich prettig voelt in de fluïditeit van identiteit, die daarmee wil spelen en ook wat genuanceerder naar dit begrip kijkt. Ik was zelf een hele tijd zoekende en ik was in die zin ook redelijk eenzaam denk ik. Toen ik bij Virtue werkte, de creative agency van VICE, voelde ik me voor het eerst wat meer op mijn plek, maar toch ook nog niet helemaal. Toen zei iemand ‘misschien moet jij je eigen plek creëren en dan komen daar wel mensen op af’ en precies dat is inmiddels gebeurt.

Hier komen inmiddels allerlei mensen die zich heel prettig voelen in dat ‘in between’ zijn. Het kan zijn dat je Marokkaanse roots hebt en volledig hier bent opgegroeid en dan toch op een gegeven moment bezig bent met waar je vandaan komt. Wij wilden een plek maken die daar ruimte voor biedt. Mensen als Philip Powel hebben hier in Rotterdam heel hard moeten vechten om hiphop serieus te laten nemen binnen de kunst en cultuur en op een gegeven moment werd alles ‘urban’. Bij MONO en (A)WAKE komen mensen die zich juist meer aangetrokken voelen tot digitale cultuur en elektronische muziek. Zeker (A)WAKE is ontstaan vanuit het gegeven dat digitale cultuur hele open, transparante en democratische karakteristieken heeft, maar dat die cultuur ook nog redelijk gesloten aanvoelt. Wat betekent die digitale cultuur voor ons? Dat is nog altijd een spannende zoektocht.

Toen zei iemand ‘misschien moet jij je eigen plek creëren en dan komen daar wel mensen op af’ en precies dat is inmiddels gebeurt.

Wat ons ook onderscheidt is dat hier ook mensen komen uit meer traditionele gezinnen met meer traditionele waarden. Ik vind andere plekken in de kunst en cultuursector vaak op een bepaalde manier progressief en inclusief, waardoor ze ook wel moeite hebben met waarden die redelijk traditioneel en misschien zelfs wel religieus zijn. Ik denk dat het heel eigen is aan deze plek dat we ook een bepaalde behoudendheid en warmte delen die ik heel fijn en mooi vind en die ik op andere plekken moeilijk kan vinden.

Ik las over (A)WAKE dat jullie weigeren om diversiteit te behandelen als een ‘checkbox’ en dat jullie streven naar een ruimte waar nieuwe makers zich op een duurzame manier kunnen ontwikkelen. Voor veel organisaties is diversiteit een streven, voor MONO en (A)WAKE is het DNA: wat zou je vanuit jullie ervaringen kunnen adviseren aan andere organisaties die streven naar meer diversiteit?  
Heel vaak zijn allerlei posities al vervuld en wordt er opeens nieuw talent ingevlogen om diversiteit aan te pakken. Wat je nu vaak ziet is dat deze diversiteitspersoon een van de weinigen van kleur is en dat voelt heel vreemd. Ik snap dat je ook niet wilt dat die persoon wit is, maar die hele functie is al een beetje vreemd. Je bent een soort tolk en dat maakt dat de ander zich ook heel erg als de ander voelt en juist dat wil je zo klein mogelijk maken.

Ik denk dat een duurzame investering in nieuwe mensen met de juiste kwaliteiten erg belangrijk is. Ik merk bijvoorbeeld dat een kunstacademie voor veel mensen uit onze gemeenschap niet de meest logische stap is. Zeker als je vanuit economische instabiliteit komt is dat een zware keuze, als je geen familie hebt om op terug te vallen. Het zou fijn zijn als er meer ontwikkelingstrajecten in de vorm van betaalde beurzen of traineeships zouden bestaan, waarin je voor langere tijd met iemand een relatie aangaat. Een advies voor financiers zou zijn om korte en kleinere subsidieprojecten op te starten. Soms zie ik een projectvoorstel en dan breekt gewoon mijn hart: het gaat bijvoorbeeld om budgetten van 750 euro en daarmee kan iemand een mooi video item of fotoproject ontwikkelen. Als er gewoon meer budgetten toegankelijk zijn van 5000 of 2000 euro, dan kan dat echt heel veel bijdragen. Daarbij is het ook belangrijk om vertrouwen te geven en ruimte voor mislukking.

Muurtekening van John Padrino in club/space MONO - homebase van (A)WAKE

MONO en (A)WAKE worden vaak beschreven als een thuis, een familie en als veilige plekken waar nieuw talent een kans krijgt. Op welke manier zou jij talenten de ruimte willen geven om zich te ontwikkelen? Welke rol speelt vertrouwen daarbij?
Ons hele team is een community die veel vanuit intrinsieke motivatie, loyaliteit en solidariteit werkt. Dat is heel mooi, maar ik merk soms dat de kwetsbare kant daarvan is dat de financiële ruimte, de psychische ruimte en onze tijd beperkt zijn. Ik zit ook continu aan mijn max wat betreft de hoeveelheid mensen die ik kan helpen of ondersteunen. Mijn eigen positie -en dan ben ik nog redelijk geprivilegieerd- is niet eens stabiel. Daar kunnen we zeker nog in groeien.

Er is een jonge videomaker die hier graag komt en zij werkt hier sinds kort achter de kassa. Ze kwam er op een gegeven moment achter dat mijn vader Irakees Koerdisch is en uit dezelfde stad komt als zij. Ik merkte bij haar dat ze graag in de buurt was en dat ze zich hier fijn voelde en dat is voor haar bijzonder. De baas van de plek waar je werkt blijkt opeens iemand waarin je jezelf herkent en je hoeft daar ook niet zoveel aan uit te leggen. Dat hoor ik regelmatig: ‘Ik hoef mezelf niet uit te leggen, want jij begrijpt mij.’ Zij is vervolgens nieuwsgierig geworden naar muziek. Zij gaat morgen koken en in ruil daarvoor leert één van onze producers haar in onze studio hierboven om met Ableton te werken. Ik denk dat je in eerste instantie niet eens precies kan formuleren wat je zoekt: dat merk je pas gaandeweg en dat vind ik heel erg waardevol. Soms is zelfs de drempel om je aan te melden voor een talentontwikkeling programma al te hoog, maar kun je opeens een talent ontdekken door hier rond te lopen.

Er is ook een andere dame die hier al een tijdje regelmatig kwam. Ik ging met haar in gesprek en ik merkte gewoon dat zij best wel aan het zoeken was naar waar haar talenten lagen, maar ik zag in haar echt een soort potentie als zakelijk leider. Nu werkt ze sinds kort bij (A)WAKE en doet ze productiemanagement: ze is echt ontzettend goed! Ze groeit snel in die rol en met deze ervaring kan ze al heel gauw weer ergens anders werken als ze dat zou willen. Soms heb je dat vertrouwen nodig.

Ik merk bijvoorbeeld dat een kunstacademie voor veel mensen uit onze gemeenschap niet de meest logische stap is.

Vanuit subsidiegevers zou je dat vertrouwen ook moeten krijgen, maar er is bij fondsen vaak een vrij strenge verwachting waar je aan moet voldoen en dat is wel zoeken. Steun bieden vanuit vriendschap, vertrouwen en eigen tijd doen we graag, maar dat put snel uit. Als we daar meer hulp in kunnen krijgen zou dat heel fijn zijn.

Wat kunnen jonge creatieven volgens jou het beste doen om voor zichzelf een eerlijke en duurzame professionele praktijk te ontwikkelen?

Een stage kan echt heel erg helpen: gewoon doen, meedraaien en ervaren. Ik denk dat het wel belangrijk is om dat te doen op plekken waar je jezelf in herkent. Sommige plekken hebben een hele hoge drempel en zeker de taal en de cultuur die daar dominant is werkt dan heel vervreemdend. Nog een voorbeeld van een jonge maker die hier graag komt. Ze kreeg van haar school een MBO-advies, maar (A)WAKE heeft haar richting een HBO geholpen. Dat komt door kunstenares Narges Mohammadi die hier toen rondliep, waar zij zich in herkende. Narges verdient haar brood als kunstenaar en zij heeft haar op weg geholpen richting de kunstacademie. Later vertelde deze jonge maker op haar kunstacademie dat ze naar Irak ging. Toen zei een docent, ‘is het niet mooi als je dat vastlegt en dat je daar wat mee doet?’ Toen werd ze emotioneel en zei: ‘ik zit in mijn eigen proces en weet niet eens wat ik er zelf van vind dat ik terug ben in Irak en dan moet ik daar meteen wat mee doen!’ Ik zie vaak dat soort intentie clash. Er zijn vaak goede bedoelingen, maar toch begrijpen we elkaar te weinig. Organisaties als die van ons kunnen een mooie brug zijn om vanuit veiligheid te helpen om je vleugels uit te slaan of überhaupt te realiseren dat je iets kan. Ik denk dat iedereen het vertrouwen van een soort mentor nodig heeft.

Tekst: Manus Groenen

Foto's: Liza Wolters

Direct aan de slag met de Fair Practice Code

Begin vandaag met onze tools of workshops