Foto van Gijs Scholten van Aschat
Gijs Scholten van Aschat- fotografie van: Catharina Gerritsen

“Cultuur is niet óók belangrijk. Het ís belangrijk.”

Voor kunstenaars is het moeilijk om over geld te praten, zegt acteur Gijs Scholten van Aschat. We spraken hem over eerlijk betalen in de culturele sector en de staat van cultuur in Nederland. “Als een zanger een aanbod krijgt om ergens te zingen, niet voor geld, maar voor ‘goed voor je carrière’ en hij slaat het af, dan krijgt hij het verwijt dat hij niet van zijn vak houdt.”

Waarom is de Fair Practice Code belangrijk?

Voor kunstenaars is het vaak moeilijk om over geld te praten. Alsof het een seksueel onderwerp is. Daar komt bij dat er een romantisch idee van een kunstenaar bestaat die op een zolderkamer zit, moet lijden en dan de mooiste gedichten schrijft. Dat lijkt in tegenspraak met de realiteit van een kunstenaar die er ook geld mee wil verdienen. Als een zanger een aanbod krijgt om ergens te zingen, niet voor geld, maar voor ‘goed voor je carrière’ en hij slaat het af, dan krijgt hij het verwijt dat hij niet van zijn vak houdt.

“Zo kan je als kunstenaar of zzp’er bij een aanbod verwijzen naar de code. Dat is makkelijker dan vragen of je wel betaald wordt.”
Foto van Gijs Scholten van Aschat
Gijs Scholten van Aschat- fotografie van: Catharina Gerritsen

Dit gaat vaak mis dus?

Kunstenaars zijn zo met hun vak bezig dat ze de voorwaarden waarbinnen ze hun werk doen vergeten. Daar wordt misbruik door gemaakt door programmeurs die ook niet over geld beginnen. Onder het mom van: als ik niet vraag wat het kost, hoef ik ze ook niet te betalen. Terwijl, als je een loodgieter opbelt met een probleem en de vraag of hij kan komen, komt hij, zonder dat je het over geld gehad hebt. En als hij dan bij het weggaan de rekening presenteert, is dat normaal. Als een kunstenaar dat zou doen, zou dat niet geaccepteerd worden. Dat komt omdat veel mensen het kunstenaarschap nog steeds als een uit de hand gelopen hobby zien in plaats van als vak. En dat de spotlights al genoeg beloning zouden zijn.

Ken je het verhaal van die restauranthouder? Een man had een nieuw restaurant geopend en schreef een advertentie in de krant. ‘Ik zoek muzikanten die willen spelen in mijn restaurant. Je kan mee-eten, het is hartstikke goed voor je bekendheid, misschien kan je ook wat cd's verkopen en zo.’ Een aantal muzikanten heeft daarop gereageerd: ‘Wat een geweldig idee om dat samen op te zetten. Wij nodigen altijd mensen bij ons thuis uit voor een concert. Als jij kookt, is dat hartstikke goed voor je naambekendheid en kun je meeluisteren. Dan doen we dat zo om en om.’ Nou, nee dus.

 

“Wij hebben al zo ongelooflijk voor ons bek gekregen. Wij hebben al onevenredig ingeleverd toen zogenaamd iedereen de broekriem aan moest, maar waar het bedrijfsleven niets van heeft gevoeld.”

Is dat anders in landen om ons heen?

De status van het kunstenaarschap is in Frankrijk en Duitsland absoluut beter. Dertig of misschien wel vijftig jaar geleden werd er in Nederland ook nog wel tegenop gekeken en was de politiek de beschermeling van de kunst. Dat is sinds het neoliberalisme niet meer zo. Alles gaat over het verdienmodel en zo min mogelijk kosten maken. Daar wordt door grote instellingen misbruikt van gemaakt, ook instellingen die dat niet zouden hoeven doen of waar dat niet hoort. 

Neem de klassieke muziek. Er zijn grote orkesten die remplaçanten echt schandalig weinig betalen. Ook tekenend: als je tegenwoordig als uitvoerend musicus afstudeert aan een conservatorium, krijg je het advies om ‘slim te trouwen’, omdat orkestlid zijn een mager bestaan is.

Is de Fair Practice Code de oplossing?

Een begin van een oplossing. Want als iedereen volgens de code gaat werken, gaat blijken dat er te weinig geld in het systeem is. Of dat we te veel produceren. Als iedereen fair zou betalen en er komt geen geld bij, zou ongeveer 25% van de kunst niet gemaakt worden. Stel nou dat we ergens in het midden uitkomen: 10% minder maken, en 15% meer geld erbij. Als ik het mandaat zal krijgen van de kunsten om dat te vertegenwoordigen naar de politiek, zou ik dat zo doen.

Om elkaar in het midden tegen te komen?

Iets meer naar ons dan in het midden.

“Het feit dat je dat steeds weer moet uitleggen zegt iets over de staat waarin dit land verkeert. In Frankrijk en in Duitsland hoeft dat niet.”
Foto van Gijs Scholten van Aschat
Gijs Scholten van Aschat - fotografie: Catharina Gerritsen

Waarom iets meer naar jullie?

Omdat wij al zo ongelooflijk voor ons bek hebben gekregen. Wij hebben al onevenredig ingeleverd toen zogenaamd iedereen de broekriem aan moest, maar waar het bedrijfsleven niets van heeft gevoeld. Maar nu klotst het geld tegen de plinten in Den Haag. Ze hebben een fonds van 50 miljard om te investeren in de toekomst, de groei, de economie. Daar mag de cultuursector ook wel wat van krijgen.

Want cultuur is ook belangrijk?

Niet óók, ís belangrijk. Het feit dat je dat steeds weer moet uitleggen zegt iets over de staat waarin dit land verkeert. In Frankrijk en in Duitsland hoeft dat niet. Daar heb je de steden die hun eigen cultuurbegroting hebben, voor wie het theater even belangrijk is als de voetbalclub. Als het theater niet goed is, dan worden politici boos: ‘ben je helemaal gek, slecht theater in onze stad dat kunnen we niet hebben.’ Hier interesseert niemand het iets.

“Dat betekent dat we goed voor elkaar moeten zorgen.”

Hoe kan de Fair Practice Code hierbij helpen?

Het is een middel om bewustzijn bij iedereen groter te maken. Zo kan je als kunstenaar of zzp’er bij een aanbod verwijzen naar de code. Dat is makkelijker dan vragen of je wel betaald wordt. Je kunt de vraag zo buiten je leggen. Bovendien gaat het dan over meer dan alleen geld.

Voor mij is het anders omdat ik in vaste dienst ben. Maar dat kunnen heel weinig kunstenaars tegenwoordig zeggen. Toen ik 35 jaar geleden begon waren dat er in de toneelwereld ongeveer 350, 400, nu zijn er nog maar 35. De rest zijn nu allemaal zzp’ers die elke maand weer rond moeten zien te komen. Dat zie je niet alleen in de toneelwereld, maar in de hele culturele en creatieve sector. Dat betekent dat we goed voor elkaar moeten zorgen.

TEKST: Ko van ’t Hek
FOTOGRAFIE: Catharina Gerritsen

Meer lezen?